Boogschieten
Bij HBV Black Arrow kan er geschoten worden met de volgende bogen:
- Longbow
- Barebow
- Recurve
- Ruiterboog
- Compound
Een boog aanschaffen:
Wanneer je begint met boogschieten is het aan te raden om niet meteen zelf een boog aan te schaffen. Het is verstandig eerst wat meer te weten over de eisen die er aan een boog worden gesteld. Daarbij: Een beginnende schutter zal met een simpele boog net zo goed schieten als met een dure boog. Voor het aanschaffen van een boog is er binnen de vereniging de mogelijkheid om gebruik te maken van de kennis van ervaren schutters. Zij kunnen je meer vertellen over het soort boog wat voor jou geschikt is. Zo voorkom je dat je een boog aanschaft die helemaal niet geschikt is voor jou. Bij het aanschaffen van een boog moet men bijvoorbeeld al weten wat de treklengte is, het trekgewicht, de soorten pijlen etc.
De vereniging beschikt over een aantal clubbogen, waar een beginnende schutter gebruik van kan maken. Hier mag men maximaal 3 maanden gebruik van maken. Daarna wordt er verwacht dat je een eigen boog aanschaft.
Schiettechniek
Het boogschieten is geen eenvoudige kunst. Er komt een hoop techniek bij kijken. Daarbij is concentratie van groot belang.
De techniek van het schieten is te verdelen in 10 stappen:
1- De sta-houding
2- De vingerplaatsing
3- Het plaatsen van de booghand
4- Het strekken van de boogarm
5- Het uittrekken van de boog
6- Het ankeren
7- Het vasthouden
8- Het richten
9- Het lossen
10- Het narichten
Stand/houding
De voeten op schouderbreedte uit elkaar, het midden van het lichaam boven de schietlijn.
Het lichaamsgewicht wordt verdeeld over beide voeten. Het hoofd wordt naar het doel gekeerd. De knieen zijn ontspannen. Een denkbeeldige lijn, loodrecht op de schitlijn, gaat langs uw voeten, recht naar het doel. Deze houding moet tijdens het verloop van het schieten vastgehouden worden, zij is de basis voor een goede schiettechniek.
Het plaatsen van de pijl.
Het is van belang dat het plaatsen van de pijl altijd op dezelfde manier gebeurt, deze manier moet zo eenvoudig mogelijk blijven. Houd de boog verticaal, pak de pijl vast aan het einde van de schacht, vlak voor de veren en plaats hem op de pijlsteun en het nokpunt.
Het aantrekken.
Het aantrekken gebeurt met drie vingers van de trekhand: namelijk de wijs-, midden- en ringvinger. De pees ligt tussen de laatste en voorlaatste kootjes. (behalve bij gebruik van een release bij de compoundboog). Probeer met deze vingers evenveel druk uit te oeenen op de pees. De boogarm op schouderhoogte strekken. De elleboog niet hoger dan de schouderhoogte. De greep ligt in de Y-vorm van duim en wijsvingers eronder. Ontspan de pols en houd de handrug recht, ook blijft de hand gelijnd met de voorarm.
Het trekken.
Houd de vingers op de pees in de juiste positie. Controleer de juiste plaatsing van de booghand. In een vlotte beweging trekt u de pees naar achteren, hierbij zijn vooral de schouder en rugspieren actief. Trek de pees dicht langs de boogarm in een rechte lijn naar het gelaat toe.
Het ankeren.
Ankeren: De trekhand bij maximaal uittrekken een vaste plaats aan het gelaat laten innemen.
Het ankeren moet steeds op dezelfde plaats aan het gelaat gebeuren. Men kan hiervoor verschillende delen van het gelaat als referentiepunten gebruiken. Door een vast contact met deze punten ontstaat een tweede vizierpunt (de keep). Het is van groot belang dat het ankeren steeds op dezelfde manier gebeurt.
Het spannen.
De spanning van de rug- en schouderspieren owrdt aangehouden en in zekere mate zelfs wat verhoogd. De schouderbladen worden naar elkaar toegetrokken.
Het richten.
Houd de vizierkorrel voor het midden van het doel. Lijn de pees in het midden van de boog. Houd dit geheel zo stil mogelijk. Verhoog geleidelijk uw concentratie.
Het lossen.
De beweging bij het lossen moet minimaal zijn. De pees wordt gelost door de rugspieren verder te spannen en de schouderbladen samen te trekken. Het lossen is geen bewuste beweging maar een geleidelijk verlaten vand e pees door een ontspannen van de vingerspieren van de peeshand. Door de aangehouden spanning in de rug en de schouders glijden trekhand en -arm naar achteren als reactie op het vrijkomen van de pees. Houd tijdens het lossen de booghand volledig ontspannen.
Het narichten.
Na het eigelije lossen blijft men in de houding staan. Men bevestigt als het ware het schot. De trekhand rust met ontspannen vingers naast de nek. De boogarm met ontspannen hand blijft gestrekt in de schietrichting tot de pijl het doel raakt.